Onderbouw 'Beeldende vorming-1'

Kleding en textuur

DOELSTELLINGEN
Directe doelstellingen:
  • Het kunnen hanteren van schaar/lijm en stof (oudste kleuters) en het voor de jongste kinderen het kunnen hanteren van lapjes stof en lijm.
  • De kinderen zijn in staat door middel van zelf gekozen stukjes stof, kleding uit te beelden. Ze kunnen dus een relatie leggen tussen stoffen en kledingstukken. De kinderen kunnen verschillen tussen diverse stoffen benoemen.
  • De kinderen kunnen verschillende soorten stoffen van kledingstukken herkennen en uitbeelden. 
  • Bij het ‘aankleden van zichzelf’ zijn de kinderen in staat om de vorm van ‘het lichaam’ te volgen.

Indirecte doelstellingen:

  • Kinderen een bepaalde manier van kijken (naar in dit geval kleding) aanleren, beeldaspecten. 
  • Plezier hebben in het creatief bezig zijn.
  • Fijn motoriek wordt geoefend; ooghandcoördinatie.
MATERIAAL & GEREEDSCHAP
  • Voorleesverhaal: Een warme trui voor de winter, door Mako Taruishi.

  • Diverse kledingstukken van mijzelf.

  • Papier: blanco en met getekende voorbeelden van de kinderen.

  • Lijm voor alle leerlingen

  • Diverse bakken met lapjes, stukjes stof en kleding.

  • Voor de jongste kleuters voorgeknipte lapjes van ca. 3 x 3 cm. 

  • Andere kleuters: repen stof en stofresten, waaruit ze zelf stukjes moeten knippen. 

  • Goede scharen voor de middelste en oudste kleuters.

 

LESOPZET
FASE I Inleiding
Organisatie/middelen

 

 

Klassikaal, in de kring. 
  • Boek ‘Een warme trui voor de winter’ geschreven door Mako Taruishi. 
  • Aantal kledingstukken van mezelf met opvallende voelbaarheid.
Leerkrachtactiviteiten

 

 

 

 

 

Houd met de kinderen een kringgesprek over kleding, aan de hand van het boekje ‘Een warme trui voor de winter’ van Mako Taruishi. Nadat je het verhaal hebt voorgelezen zorg je er met name voor dat de kinderen aan het woord komen. Laat de kleuters de kledingstukken benoemen die ze die dag aanhebben, zoals: trui, blouse, jurk, rok, broek, maillot, sokken, schoenen en dergelijke. Stel vragen die erop gericht zijn de kinderen te laten zien hoe verschillend stoffen kunnen zijn. Laat ze aan de stoffen voelen en laat de kinderen onder woorden brengen hoe het voelt. Gebruik hierbij ook de meegebrachte kledingstukken.

Er zijn diverse materialen: fleece, katoen, nylon, glimstofjes, nepbont, spijkerstof, ribfluweel, harige stoffen of gewoon gebreide stoffen. Al deze materialen voelen anders en daar ligt de nadruk op. Voelt het zacht, koud, glad, ribbelig, harig etc. Geef bij het voelen aan dat als je het doet met je ogen dicht, je nog beter kunt beoordelen hoe het voelt.

Leerlingactiviteiten Luisteren naar het verhaal, vragen beantwoorden en naar elkaar luisteren.  
Tijdsduur 7 minuten
FASE II Instructie
Organisatie/middelen Klassikaal instructie geven. De materialen staan al klaar op de tafels.
Leerkrachtactiviteiten

 

 

In deze fase leg je de opdracht uit. Laat het vel papier zien met het kind dat iedereen zo direct gaat aankleden (als zichzelf). Benadruk dat het de bedoeling is dat ze het gaan maken/aankleden met verschillende lapjes stof. Geef de jongste kleuters een groep tafels waar de bakken met de voorgeknipte lapjes klaar staan. De andere kinderen kunnen zelf een plekje zoeken. Zij moeten zelf hun lapjes knippen. Op de tafels bedoeld voor de middelste en oudste kinderen staan ook al spullen klaar, namelijk: bakken met reepjes stof, papier, scharen, lijm.
Leerlingactiviteiten Luisteren naar de opdracht en de uitleg. Elk kind bepaalt voor zichzelf welke kleren hij/zij ‘zichzelf’ wil geven. De kinderen kunnen vragen stellen als ze iets niet begrijpen.
Tijdsduur 5 minuten
FASE III Verwerking
Organisatie/middelen

 

De kinderen gaan zelfstandig aan de slag. De benodigde materialen staan op elke tafel. Voor de jongste kleuters papier, lijm en bakken met al voorgeknipte lapjes. Dit omdat het knippen in stof best lastig is. De middelste en oudste kleuters moeten de lapjes wél zelf knippen. Op hun tafels staan dan ook nog scharen.
Leerkrachtactiviteiten Houd in de gaten of iedereen met de opdracht aan de slag kan. Geef waar nodig aanwijzingen.
Leerlingactiviteiten Kinderen gaan aan de slag met de opdracht. De jongste kleuters zoeken lapjes en stoffen uit die ze als kleding opplakken. De oudste kinderen kiezen stukjes stof waar ze lapjes uitknippen die ze vervolgens opplakken.
Tijdsduur 20 minuten
FASE IV Afsluiting
Beschrijving

 

Klassikale afsluiting waarbij het gemaakte werk besproken wordt. Stel vragen als ‘Welke kledingstukken heb jij gekozen voor jezelf?, ‘Hoe heb je dit gemaakt?’, ‘Zie je iemand die het heel anders heeft gedaan?’, ‘Vond je het leuk om te doen?’, ‘Waarom heb je dat lapje/die stof gebruikt?’, ‘Zie je ook verschillen?’.