Onderbouw 'Bewegingsonderwijs-2'

Kat en muis

 

DOELSTELLINGEN

Lopers (muizen):

  • Leren onderkennen van tegengesteld belang.

  • Leren uit de buurt te blijven van de tikker(s) en leren de tikker te ontwijken.  

  • Schijnbewegingen maken.

  • Leren de tikker(s) te lokken.

Tikker (de kat): leren de lopers (muizen) uit te maken door:

  • De aandacht te vestigen op één loper en dus niet steeds van richting te veranderen.

  • De bewegingen van een loper voorzien: meteen de goede richting op te gaan.

  • Het lintje te pakken van de ‘muis’, door snel te veranderen van looprichting.

FASE TIJD LEERINHOUD DIDACTISCHE AANPAK
  15 min

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KAT EN MUIS

voorstel: dit onderdeel wordt gespeeld met de hele klas, waarvan twee of drie kinderen de katten/tikkers zijn. Alle andere kinderen zijn ‘muis’.

De twee katten moeten proberen staartjes van de muizen te pakken. De muizen daarentegen moeten juist proberen om de katten te ontwijken.

Wanneer een kat een staart te pakken heeft, dan legt hij deze om één van de vijf pionnen. Als om alle pionnen een lintje zit, dan is het spel afgelopen en kunnen er twee nieuwe katten gekozen worden.

Regels lopers (muizen):

  • Wanneer je getikt bent (= je staart kwijt bent) dan mag je gewoon weer mee doen met het spel. Wel moet je eerst even een nieuwe staart ophalen bij de leerkracht.
  • Bij het tikspel blijf je binnen de lijnen (van de zaal). Dit om te voorkomen dat kinderen misschien met hun billen (en staart) tegen de muur gaan staan zodat de tikker er niet bij kan.
  • Het lintje mag niet vastgehouden worden met de hand. Je moet het bevestigen in je gympakje of in je (onder)broek.

Regels tikkers (katten):

  • Tikken doe je niet door de muizen aan te raken, maar door het staartje van de muis te pakken.
  • Als je een staartje hebt bemachtigd dan leg je die om een leg pion; er staan er vijf langs de zijkant van het lokaal.
  • Wanneer alle vijf de pionnen voorzien zijn van een lintje zit de taak van de kat(ten) erop en kan er gewisseld worden.

Einde van het spel: Als er om iedere pion (in totaal vijf pionnen) een lintje zit, dan stopt het spel. Er kunnen dan twee of drie nieuwe tikkers gekozen worden. En de oude katten geven hun lintje aan deze nieuwe katten.

Uitbreiding: Als het te makkelijk is voor de katten om muizenstaartjes te bemachtigen dan kun je er voor kiezen om een mat neer te leggen als vrijplaats voor de muizen. Hier mag de kat niet komen.

Wanneer het verkrijgen van staarten juist moeizaam verloopt kun je ervoor kiezen om één extra kat in te zetten.
1) Ik vertel wat de bedoeling van deze activiteit is en geef een voorbeeld waarbij ik een kind betrek. Ik vertel dat dit kind een muis is en doe het staartje (het lintje) vast door het uiteinde in het broekje/gympakje te stoppen. Zien jullie de staart van deze muis? Ik speel zelf even een hongerige kat en grijp het muizenstaartje.  

2) Ik let er op dat de volgorde van handelen duidelijk is: zo meteen krijgen alle muizen een staartje (een rood lintje). Die moeten ze zo aan hun muizenbillen hangen dat de katten er wel bij kunnen. Ik wijs de twee katten aan en geef hun een geel lintje.

3) Vertel de noodzakelijke regels van het spel:

Regels muizen:

  • Bedoeling is om zo veel mogelijk de katten te ontwijken.
  • Je mag je staartje niet vasthouden met je handen. En je moet bij het lopen binnen de lijnen blijven.    
  • Als je staartje gepakt is door een kat, dan kom je bij mij een nieuwe halen.

Regels katten:

  • De kat ‘tikt’ iemand af, door de staart van een muis te bemachtigen. Hierbij mag de kat niet aan de kleren of armen etc. van de muis gaan trekken.
  • Als de kat een staartje heeft gepakt, dan legt hij/zij deze om één van de vijf pionnen.

4) Dan verspreiden alle muizen zich over de zaal. Ik wijs hun er nogmaals op dat ze goed op deze hongerige katten moeten letten, want die hebben ontzettend veel zin in lekkere muizenstaartjes.

5) Als de katten samen vijf muizenstaartjes hebben gekregen, dan zijn alle pionnen ‘vol’ en dan wijs ik twee andere katten aan.

6) Begeleid de leerlingen in het spel door het geven van aanwijzingen: dit kan onder het spelen of tijdens de onderbreking. 

7) Houd in de gaten of de regels goed gehanteerd worden.

8) Tegen het eind nagaan of iedereen al eens kat is geweest.

 

LEERLINGACTIVITEITEN ORGANISATIE & MIDDELEN
Tijdens de uitleg

Tijdens de uitleg van dit nieuwe spel zitten de kinderen op de banken aan de zijkant van de zaal. Ze kijken en luisteren dus naar mij. Een kind helpt met het geven van een voorbeeld.

Tijdens het tikspel

  • Oefenen de leerlingen zowel de functie van loper (muis) als van tikker (kat). Bij beide onderdelen handhaven de leerlingen zoveel mogelijk zelf de spelregels. De kinderen merken wanneer het spel ten einde is (vijf pionnen voorzien van een lintje). Dan worden nieuwe katten gekozen en starten de kinderen het spel met behulp van de leerkracht weer op.
Arrangement tikspel:
  • Zorg voor ruim voldoende rode lintjes (ca. 40).  
  • Een paar gele lintjes (katten).
  • 5 pionnen (aan de lange zijde van de zaal).
  • Een mat (voor een eventuele vrijplaats).
  • Fluitje.

Verandering van de opstelling/van het spel

Als de katten zéér snel zijn in het pakken van muizenstaartjes, dan kun je een vrijplaats (mat) neerleggen voor de muizen. Wanneer het bemachtigen van staartjes juist moeizaam verloopt, kun je een extra tikker (kat) inschakelen of eventueel het speelveld verkleinen.

Geraadpleegde literatuur: Bewegingsonderwijs in het speellokaal.