Onderbouw 'Wiskunde-6'

Bingospel: vorm & kleur

 

DOELSTELLINGEN
Productdoel

 

 

  • Het zich kunnen concentreren op het eigen vel met de zes vormen en op de kaartjes die getrokken worden.

  • De kleuters kunnen aan de hand van de afbeelding zien welk plaatje (vorm/kleur) ze moeten zoeken op hun vel en indien aanwezig --> afdekken.

  • De kinderen weten (na instructie) wat ze met het spel kunnen doen.

Procesdoel

 

  • Vorm- en kleurbegrip.

  • Waarnemen: visuele waarneming, luisteren.

  • Motorische vaardigheid.

LESOPZET
FASE I Inleiding
Organisatie Aan de groepstafel zitten de zes kinderen met wie je het bingospel gaat spelen.
Middelen

 

De materialen liggen op tafel: de grote kaarten met daarop zes afbeeldingen (van figuren met een bepaalde kleur), de stapel losse kaartjes en de afdekkaartjes.
Leerkrachtactiviteiten

 

 

 

Bespreek wat je met de kinderen wilt gaan doen, namelijk een spel met vormen en met kleuren, een bingospel. Check of de kleuters alle kleuren en de vormen kennen. Aan de orde kan komen: Wat staat er op de kaartjes? Zien alle kaartjes er hetzelfde uit?
  • Vormen benoemen van de figuren.
  • De kleuren benoemen van de figuren.
Leerlingactiviteiten De kinderen kijken, luisteren en beantwoorden vragen.
Tijdsduur 5 minuten
FASE II Kern
Organisatie Instructie over het spel (aan tafel met het groepje leerlingen).
Middelen  Op tafel liggen alle materialen klaar.
Leerkrachtactiviteiten

 

 

Leg uit hoe het spel gespeeld wordt. Ieder kind krijgt een eigen grote bingokaart. Laat één voor één een kaartje zien waarop 1 vorm in 1 kleur te zien is. Neem een voorbeeld met de kinderen door. Verder krijgen de kinderen afdekkaartjes die zij op de vorm kunnen leggen als die ‘geweest’ is. Als alle zes de vakjes bedekt zijn, dan heb je bingo! Je laat dit aan de andere weten door ‘BINGO’ te roepen. Dan is het spel afgelopen. Benadruk dat je om te winnen dus goed moet opletten welke kaartjes aan de beurt zijn, maar dat je ook een beetje geluk nodig hebt om het spelletje te winnen.
Leerlingactiviteiten De kinderen kijken, luisteren, stellen vragen, en nemen samen met de leerkracht het voorbeeld door.
Tijdsduur 5 minuten
FASE III Het spelen van het bingospel
Organisatie/middelen 

 

Elk kind heeft één grote bingokaart voor zich. Verder ligt er een stapel kleine kaartjes en heeft ieder kind een aantal afdekkaartjes.
Leerkrachtactiviteiten

 

Het spel begint. Elk kind heeft één bingokaart en ik laat steeds één los kaartje zien waarop een vorm en kleur is afgebeeld. Laat het kaartje zien en zeg wat erop te zien is. Het spel kan in principe zo lang doorgaan en zo lang herhaald worden als je wilt, maar je kunt uitgaan van ca. 10 minuten.
Leerlingactiviteiten

 

De kinderen letten goed op of de afbeelding van de losse getrokken kaart ook te zien is op hun bingovel. Indien dit het geval is, dekken zij deze vorm af met een afdekkaartje. Als de hele kaart bedekt is, roept hij/zij ‘bingo’. Wanneer het spel nog een keer gespeeld wordt, kan het kind dat als eerste ‘bingo’ had de rol vervullen van ‘kaartjes trekker’.
Tijdsduur 10 minuten
FASE IV Afsluiting
Organisatie Controleren van het kind dat het eerst zijn/haar kaart vol heeft. De kinderen ruimen de materialen zelf op.
Nog drie... nog één.. ... en BINGO !!!
VOORBEREIDING & MATERIALEN

Het door mij gemaakte bingospel bestaande uit:

  • 36 vierkante kaartjes met daarop een bepaalde vorm in een bepaalde kleur.

  • Voor ieder kind een bijbehorende grote bingokaart met daarop 6 vormen/kleuren.

  • Stapeltje rode afdekkaartjes.